De batgreep bij tafeltennis: shakehand en penhold

11 impressies sinds 4 september 2026

Voordat een basisslag of een topspin goed lukt, moet één ding kloppen: de manier waarop je het batje vasthoudt. Deze zogeheten batgreep bepaalt hoeveel controle je over het rubber hebt, hoe ver je met je pols kunt bewegen en hoe makkelijk je tussen forehand en backhand wisselt. Er bestaan wereldwijd twee hoofdgrepen: de shakehandgreep en de penholdergreep. Dit artikel legt beide uit, samen met de belangrijkste varianten en veelgemaakte fouten.

Waarom de batgreep bepalend is

De grip is het enige contactpunt tussen jou en het batje, en dus de basis van elke slag. Een verkeerde greep beperkt de polsbeweging, maakt de overgang tussen forehand en backhand log en zorgt ervoor dat je minder gevoel hebt voor de hoek waarmee het rubber de bal raakt. Trainers besteden daarom bij de allereerste les al aandacht aan de grip, nog voor er wordt geoefend met voetenwerk of aanvallende slagen.

De shakehandgreep

De shakehandgreep is de meest gebruikte grip in Europa en bij vrijwel alle Nederlandse clubs. Je houdt het batje vast alsof je iemand een hand geeft: de handpalm sluit aan tegen het handvat, de wijsvinger ligt gestrekt langs de onderkant van het blad aan de ene kant, en de duim rust losjes tegen het rubber aan de andere kant.

Binnen de shakehandgreep bestaan twee veelgebruikte varianten:

  • Shallow grip (ondiep): het handvat rust losser in de hand, met meer ruimte tussen de vingers en het blad. Dit geeft meer polsvrijheid, wat gunstig is voor aanvallende spelers die veel spin willen opwekken.
  • Deep grip (diep): de hand omsluit het handvat steviger en dichter tegen het blad. Dit geeft meer stabiliteit en kracht, maar iets minder polsbeweging.

Het grote voordeel van de shakehandgreep is dat forehand en backhand met dezelfde greep worden gespeeld, zonder dat je je hand hoeft te verdraaien. Dat maakt de greep geschikt voor zowel aanvallende als verdedigende speelstijlen en is precies waarom de meeste tafeltennis trainers in Nederland beginners hiermee laten starten.

De penholdergreep

Bij de penholdergreep houd je het batje vast zoals een pen: duim en wijsvinger omsluiten het handvat aan de voorkant, terwijl de overige vingers aan de achterkant van het blad liggen. Deze greep is van oorsprong wijdverbreid in Oost-Azië, met name China, Japan en Zuid-Korea, en kent twee hoofdvarianten.

Bij de Chinese penhold (CPH) krullen de drie overige vingers dicht opeengevouwen tegen de achterkant van het blad. Bij de Japanse/Koreaanse penhold (JPH) liggen diezelfde vingers meer gespreid over de achterkant, vaak ondersteund door een klein plaatje op het blad. Beide varianten spelen de forehand met dezelfde kant van het rubber; het is de backhand die van oudsher de zwakke kant van de penholdergreep is, omdat de pols minder ruimte heeft om de achterkant van het blad naar de bal te draaien.

Om dat op te lossen ontwikkelden vooral Chinese topspelers de reverse penhold backhand (RPB): in plaats van de traditionele backhandpush draait de speler de achterkant van het blad naar de bal en speelt een backhandslag die qua kracht en spin sterk lijkt op de backhand van een shakehandspeler. Deze techniek wordt tegenwoordig op het hoogste internationale niveau veel gebruikt, ook door spelers die verder klassiek penhold spelen.

Een minder gangbare variant: de seemillergreep

Een derde, veel minder voorkomende greep is de seemillergreep (ook wel American grip genoemd), een variant op de shakehandgreep waarbij het batje verder wordt gedraaid, met de wijsvinger boven op het blad. Spelers met deze greep spelen bijna alle ballen met de forehandkant van het rubber, ook aan de backhandzijde, wat een sterke en consistente forehand oplevert maar wel ten koste gaat van de klassieke backhandslag. De greep komt wereldwijd weinig voor en wordt zelden nog aangeleerd.

Welke greep kies je als beginner?

Voor beginners in Nederland is de shakehandgreep in vrijwel alle gevallen de logische keuze: het is de greep die bij de meeste tafeltennis clubs wordt aangeleerd, sluit aan bij het lesmateriaal van trainers en maakt de overstap naar zowel aanvallend als verdedigend spel het makkelijkst. Meer over de eerste stappen in de sport staat in het artikel tafeltennis voor beginners.

Veelgemaakte fouten in de batgreep

  • Te strak vasthouden: een gespannen hand beperkt de polsbeweging en daarmee de snelheid waarmee spin kan worden opgewekt. Het batje mag stevig maar ontspannen in de hand liggen.
  • Verkeerde duimplaatsing: ligt de duim te ver op het rubber, dan wordt de backhand krachteloos; ligt hij te ver opzij, dan verlies je juist controle bij de forehand.
  • Het batje verschuiven tijdens de rally: beginners passen de greep soms halverwege een punt aan om een specifieke slag makkelijker te maken. Een vaste, consistente grip die zowel forehand als backhand aankan, is op termijn betrouwbaarder.
  • Te hoog of te laag op het handvat grijpen: dit beïnvloedt de balans van het batje en daarmee de controle over korte en lange slagen.

De grip als basis voor de rest van je spel

Zodra de grip goed zit, vallen de andere technieken makkelijker op hun plek. De basisslagen als push, block, chop en smash vragen elk om net iets andere hoek van het batje, en de topspin is voor een groot deel afhankelijk van een losse pols vanuit een goede greep. Loop je tegen begrippen aan die je nog niet kent, kijk dan in het overzicht met tafeltennis jargon.

Lees ook het laatste tafeltennis nieuws, blader door alle tafeltennis artikelen of zoek een tafeltennis club bij jou in de buurt.