De officiële spelregels van tafeltennis uitgelegd

49 impressies sinds 24 juni 2025

Tafeltennis is een sport met precieze, internationaal vastgestelde spelregels. De regels worden bepaald door de International Table Tennis Federation (ITTF) en gelden wereldwijd voor alle officiële wedstrijden. In Nederland past de Nederlandse Tafeltennisbond (NTTB) deze internationale spelregels toe. Of je nu net begint of al een tijdje speelt bij een van de tafeltennis clubs in Nederland — een goed begrip van de spelregels maakt het spel eerlijker en leuker. In dit artikel leggen we alle belangrijke regels stap voor stap uit.

Het speelveld en de uitrusting

Een officiële tafeltennistafel is 2,74 meter lang, 1,525 meter breed en staat op een hoogte van 76 centimeter. Het net in het midden is 15,25 centimeter hoog. De tafeloppervlakte moet een donkere, matte kleur hebben, zodat de bal goed zichtbaar blijft. De witte zijlijnen en middellijn (bij dubbelspel) maken deel uit van het speelveld. Alle maten op een rij staan in het antwoord op de vraag wat de officiële afmetingen van een tafeltennistafel zijn.

De bal heeft een diameter van 40 millimeter en weegt 2,7 gram. Sinds 1 juli 2014 is de bal van kunststof — de zogeheten plastic- of poly-bal, herkenbaar aan de aanduiding 40+. Celluloidballen zijn in officiële wedstrijden niet meer toegestaan. Bij officiële wedstrijden worden alleen ballen met de juiste ITTF-goedkeuring gebruikt. Het batje (ook wel racket of slaghout genoemd) bestaat uit een houten blad waarop aan beide zijden rubber is bevestigd. De twee kanten moeten duidelijk verschillend van kleur zijn: sinds oktober 2021 is één zijde zwart en mag de andere zijde rood, blauw, roze, groen of violet zijn. Zo kan de tegenstander altijd zien welke kant van het batje wordt gebruikt. Meer over materiaalkeuze lees je in het artikel tafeltennis bat kopen.

Hoe werkt de serviceregel?

De serviceregel is een van de meest besproken onderdelen van de spelregels tafeltennis. Voor een geldige opslag gelden de volgende verplichtingen:

  • De bal moet stil in een vlakke, open handpalm worden gehouden, achter de achterlijn van de tafel.
  • Vervolgens gooi je de bal minimaal 16 centimeter recht omhoog, zonder er spin aan mee te geven.
  • Nadat de bal het hoogste punt heeft bereikt en terugvalt, sla je hem met het batje. De bal moet eerst stuiteren op je eigen tafelhelft en daarna op de tafelhelft van de tegenstander.
  • De bal moet tijdens de opslag te zien zijn voor de tegenstander en de scheidsrechter. Je mag de bal niet verbergen met je lichaam of arm.

Als de service het net raakt maar toch correct op de tafelhelft van de tegenstander landt, spreekt men van een let. In dat geval wordt de service opnieuw uitgevoerd zonder dat er een punt wordt toegekend. Een let kan onbeperkt vaak voorkomen. Een uitgebreide uitleg staat in het antwoord op hoe het serveren bij tafeltennis werkt, en de techniek achter een gevaarlijke opslag lees je in het artikel over de tafeltennis service.

De service wisselt na elke twee punten. Alleen bij een deuce-stand (zie hieronder) wisselt de service na elk gespeeld punt.

Hoe worden punten geteld?

Het tellen van punten in tafeltennis gaat volgens duidelijke regels. Een speler wint een punt als de tegenstander:

  • de bal niet terugslaat voordat die twee keer heeft gestuiterd,
  • de bal buiten de tafel slaat,
  • de bal in het net slaat,
  • een ongeldige service uitvoert,
  • de bal raakt voordat die op zijn eigen tafelhelft heeft gestuiterd (volley),
  • met de vrije hand het tafelblad aanraakt tijdens het spel,
  • of het net of de tafel verplaatst.

Bij het terugspelen mag de bal slechts één keer op de eigen tafelhelft stuiteren. Raakt de bal twee keer de tafelhelft van de ontvanger, dan wint de slaande speler het punt. De bal mag ook via de zijkant van de tafel worden gespeeld — dit is toegestaan zolang de bal de bovenrand van het speelvlak raakt; een bal die alleen de verticale zijkant onder het speelvlak raakt, telt niet.

Hoe verloopt een set en een wedstrijd?

Een set (ook wel game of spel genoemd) gaat tot 11 punten. De winnaar van een set moet minimaal 2 punten meer hebben dan de tegenstander. Bij een stand van 10-10 — ook wel deuce genoemd — wordt er doorgespeeld totdat een van de spelers twee punten achter elkaar wint. Er is dus geen maximum aan het aantal punten dat een set kan duren. Het volledige telsysteem staat uitgelegd bij hoeveel punten je nodig hebt om een set te winnen.

Een wedstrijd wordt gespeeld in een best-of-5 of best-of-7 formaat. In een best-of-5 wint de eerste speler die drie sets wint. In een best-of-7 zijn er vier setwinsten nodig. Na elke set wisselen de spelers van tafelhelft. In de beslissende set wisselen de spelers ook halverwege de set, zodra een van de spelers 5 punten heeft gescoord.

Wie begint met serveren wordt bepaald door loting of soms door de thuiswedstrijd/uitwedstrijd-indeling in competitieverband. De winnaar van de loting mag zelf kiezen of hij of zij wil beginnen met serveren, of juist als ontvanger wil starten.

De regels bij dubbelspel

Bij dubbelspel gelden aanvullende regels. De service moet diagonaal worden uitgevoerd: de bal moet stuiteren in de rechterhelft van de eigen tafelzijde en in de rechterhelft van de tegenstanders. Teamgenoten slaan om de beurt — niet dezelfde speler twee keer achter elkaar. Na elke twee punten wisselt de service, waarbij ook de volgorde van de spelers verandert. Na elke set wisselen alle vier spelers van positie en roteren zij in een vaste volgorde.

De expeditieregel

Als een set langer dan 10 minuten duurt en er zijn nog geen 18 punten gescoord (dat wil zeggen dat beide spelers samen minder dan 18 punten hebben), dan treedt de expeditieregel in werking. Vanaf dat moment wisselt de service na elk punt. De ontvanger wint het punt als hij of zij de bal 13 keer achter elkaar terugslaat. Deze regel is bedoeld om eindeloos lange wedstrijden te voorkomen.

Gele en rode kaarten

Net als in andere sporten kan een scheidsrechter bij tafeltennis gele en rode kaarten uitdelen. Een gele kaart is een officiële waarschuwing. Een gele en rode kaart samen leveren de tegenstander een strafpunt op; bij herhaling volgen er twee strafpunten. Bij ernstig wangedrag kan een speler worden gediskwalificeerd, wat de hoofdscheidsrechter aangeeft met een losse rode kaart. Dit systeem is gebaseerd op de officiële ITTF-regelgeving en geldt ook in Nederlandse competities die worden georganiseerd door de NTTB.

Spelregels in de praktijk

De officiële spelregels gelden voor alle geregistreerde wedstrijden, van clubcompetities tot internationale toernooien. Hoe die competities in Nederland zijn opgebouwd, lees je in het artikel over de tafeltenniscompetitie in Nederland. Wil je deze regels in de praktijk toepassen? Kijk dan op de agenda voor komende toernooien en wedstrijden bij jou in de buurt. Je kunt ook de ranglijsten raadplegen om te zien hoe spelers in Nederland presteren.

Het kennen van de spelregels helpt je niet alleen om eerlijk te spelen, maar ook om je als speler sneller te ontwikkelen. Termen die je onderweg tegenkomt, staan verklaard in het overzicht met tafeltennis jargon. Veel clubs bieden trainingen aan waarbij de regels centraal staan. Zoek een tafeltennis club in jouw regio en begin geregeld te spelen onder begeleiding.

Lees ook het laatste tafeltennis nieuws, blader door alle tafeltennis artikelen of zoek een tafeltennis club bij jou in de buurt.

Veelgestelde vragen over de spelregels van tafeltennis

In de meeste competities wordt best-of-five gespeeld: wie het eerst drie sets wint, wint de partij. Bij grote toernooien en internationale wedstrijden geldt vaak best-of-seven, waarbij vier gewonnen sets nodig zijn. Het complete reglement staat in de officiële spelregels van tafeltennis.

De service wisselt na elke twee punten. Vanaf een stand van 10-10 wisselt de service na elk punt, totdat een speler twee punten voorsprong heeft. Deze en andere serviceregels staan uitgelegd in de officiële spelregels van tafeltennis.

Raakt de bal bij een verder correcte service het net en komt hij toch goed op de tafelhelft van de ontvanger, dan is het een let: de service wordt overgespeeld zonder dat er een punt wordt toegekend. Deze en andere serviceregels staan uitgelegd in de officiële spelregels van tafeltennis.

Een bal die de bovenkant van het speelvlak raakt, ook op de randlijn, is geldig. Raakt de bal alleen de verticale zijkant van het tafelblad, dan telt de bal niet en gaat het punt naar de tegenstander. Alle regels rond puntentelling staan in de officiële spelregels van tafeltennis.

Je vrije hand mag het speelvlak niet aanraken zolang de bal in het spel is, en je mag de tafel niet verplaatsen. Het net of de netsteun aanraken met bat, hand of kleding levert eveneens een punt voor de tegenstander op. Het volledige overzicht staat in de officiële spelregels van tafeltennis.

De bal mag alleen met het bat worden geraakt, maar de hand waarmee je het bat vasthoudt telt vanaf de pols als onderdeel van het bat. Raakt de bal je vrije hand, arm of lichaam, dan is het punt voor de tegenstander. Deze regel staat toegelicht in de officiële spelregels van tafeltennis.